faalangst optreden

Faalangst: waarom het niet uitmaakt hoe goed je bent

Afgelopen weekend trad ik op voor de 1500+ deelnemers van het jaarprogramma van 365 Dagen Succesvol. Naast mijn taak als 365-teamcoach mocht ik twee geweldige nummers zingen, waarvan eentje een behoorlijke uitdaging was. Terwijl ik in de gigantische, galmende Jaarbeurshal de trap naar het podium beklom, realiseerde ik me dat ik niet zenuwachtig was. Alleen maar super geconcentreerd, en ik had er ZIN in. Geen klamme handjes, geen haastige ademhaling. Het was heerlijk! Ik vroeg me af waar mijn ouwe trouwe faalangst gebleven was, al was ik blij dat-ie z’n hielen had gelicht. Ik vind het een van de meest verlammende gevoelens die ik ken: faalangst doet je voelen alsof de grond onder je voeten weggeslagen wordt. In dit blog vertel ik hoe ik mijn angst om in de spotlight te staan met een enkeltje Belize de hort op heb gestuurd met een tot-nooit-meer ziens erachteraan!

Faalangst: ik ga nog liever dood dan dat ik opval!

De allergrootste angst die onze soort kent, is spreken in het openbaar. De dood staat op nummer 2. Dat betekent dat mensen nog liever doodgaan dan dat ze in het openbaar opvallen! Dit gaat ver terug in onze historie: als je in stamverband leeft en de rest van jouw tribe is het niet met je eens of keurt je af, dan heb je nogal een probleem. Je kunt je maar beter gedeisd houden.

Als je tegenwoordig iets te vertellen hebt of jezelf in de spotlight zet op een andere manier, kom je al gauw in gevecht met de evolutionaire neiging je bakkes te houden. Met de paradox van wel-willen-maar-niet-durven heb ik jarenlang in de clinch gelegen. Ik zong, trad op, maar el-ke keer kwam de bibberitis weer langs en kon ik niet presteren zoals ik wilde. Het was heel! erg! vervelend! Wat heeft er dan voor gezorgd dat ik nu het podium met gezonde spanning betreed, en niet langer met ledematen van spaghetti en klotsende oksels?

5 tips om zonder faalangst in de spotlight te gaan staan

Natuurlijk: alles went, oefening baart kunst en het krijgen van complimenten helpt. Maar als je niets verandert aan je mindset, maakt dat allemaal geen moer uit. De volgende tips hebben mij geholpen om steviger in mijn schoenen te staan, en die gelden niet alleen voor sprekers en artiesten.
  • Je bepaalt zelf hoe mensen je zien. Als je je met een sorry-dat-ik-besta-houding presenteert, dan krijg je waar je voor vreesde: je maakt geen goeie indruk en mensen gaan enorm opletten op wat je doet. Awkward silences en krekels overal.
  • Start before you’re ready. Als je wacht tot het perfect is kun je lang wachten. Met elke groeispurt schuift je lat mee omhoog, dus je bent er nooit klaar voor. Het is natuurlijk handig om een beetje okee te zijn in wat je doet, maar 75% of iets in die richting is goed zat. En hop, gaan!
  • Fake it till you make it. De overige 25% is bluf. Je doet alsof je zelfverzekerd bent, en als je dan merkt dat daar goed op gereageerd wordt, word je het ook écht!
  • Mensen houden zich vooral met zichzelf bezig. We denken dat al ons tril-lipje en dat struikeltje voor iedereen te zien waren en dat men er volgend jaar november nog om zal gniffelen. Dat wij ons zo met onszelf bezighouden, wil nog niet zeggen dat anderen dat ook doen. Ook anderen denken aan zichzelf. Zijn bezig met hun eigen gevoel, telefoon, onzekerheden… Er staat geen spotlight op je, zelfs al sta je letterlijk op een podium onder een batterij felle lampen. De wereld draait niet om jou, heerlijk!
  • Mensen die je afkammen zijn zelf gewoon hartstikke stom. Nou ja, stom. Onnodig harde kritiek zegt meer over de ander dan over jou. Goed om te weten dat je voortaan bij zo iemand uit de buurt moet blijven.
Okee,  dit waren heel nuttige punten, die mettertijd ook écht waar bleken.
Maar nu komt de belangrijkste van allemaal:
  • Je kunt pas echt slagen als je mag mislukken. Ik weet dat als er een valse noot tussen zit, of ik maak een ‘stomme’ beweging, dat ik niet door de aarde zal worden verzwolgen om te worden gefolterd door nare kwelduivels tot in het einde der tijden. Ik weet zelfs dat ik me niet met de staart tussen de benen uit de voeten zal maken. Ik zal het kunnen toegeven en de schouders ophalen. Want ik heb niet perfect gezongen. Meer niet. Ik bén niet m’n prestaties. Net zoals ik niet m’n emoties, daden of mini-benen ben. Die levensgroot en in close up op de huge-ass schermen werden getoond in al hun glorie. En waar ik vroeger super onzeker over was. En nu alleen maar denk: ha, eindelijk staan die ook eens in de spotlight 🙂

Je bént niet je prestaties!

 

Wat blijft er van je over als je je een nobody voelt?

De zeepbel van ik-ben-pas-goed-genoeg-als-ik-kan-zingen is geslonken en uiteen gespat. Het doel bleek een middel: zingen is écht geweldig, maar ik heb er-goed-in-zijn niet meer nodig om mijn zelfbeeld overeind te houden. Mijn ‘zelf’ is namelijk degene die er onder de zang en andere prestaties altijd is. En daar zat de eigenlijke onzekerheid; zaten de échte angsten. Verlatingsangst, angst dat mensen boos op me werden, angst dat de wereld een onveilige plek was, angst, angst, angst. Tussen al dat zingen door heb ik misschien nog wel meer tijd gestoken in het liggen-snotteren-op-psych-sofa’s dan in een perfecte zangeres worden. En reken maar dat ik me op die sofa’s een mislukking heb gevoeld!!! En dat went. En dan realiseer je je dat je gewoon nog bestaat. Dan kom je overeind, en wandel je zo een podium op 🙂

Facebook Comments

Leave A Comment